De mens

En God heeft gezegd dat wij de mens zouden maken; ‘als ons evenbeeld, gelijkend op

ons,’

Na miljarden jaren scheppen zijn Adam en Eva, als eerste mensen, de kroon op Gods schepping geworden, want in hen heeft YaHWeH, naast de ziel die alle levende wezens ontvangen hebben, ook Zijn eigen intelligente levensadem, de N@shamah נשמהׁ geblazen. is de mens Adam als enige schepsel naar Gods eigen beeld gemaakt, en uit hem zijn vrouw Eva. En YaHWeH God heeft de mens uit grondstof van aarde geboetseerd en, om te leven, de intelligente levensadem (n@shamah) in zijn neusgaten geblazen, en zó is de mens een levend wezen geworden. (Genesis 2:7) Salomo leert over deze N@shamah / levensadem/ intelligente geest: ‘De levensadem van de mens is als een lamp van YaHWeH die de diepste binnenkamers van zijn innerlijk doorzoekt. ‘ (Spreuken 20:27) Door deze bijzondere geest die de mens qua bewustzijn en intelligentie onderscheidt van de dieren zijn wij in staat om God te zoeken, met Hem te communiceren en eeuwig op Hem te gaan lijken. Maar, zult u denken, hoe zit dat dan met al die miljoenen ‘mensen’ die er voor Adam al waren en die zich genetisch gezien vanuit Afrika over heel de wereld hebben verspreid? Deze schepselen zijn allemaal een opmaat geweest om te komen tot mens die God bedoeld heeft. De zondvloed van Noach heeft de toenmalige wereld, en dus ook hen, weggevaagd. Pas na de zondvloed heeft de mensheid zoals wij die vandaag kennen zich als nageslacht van Noach over de hele wereld verspreid, want ook genetisch gezien zijn wij aantoonbaar allemaal één familie. Salomo leert dat mensen op de dieren van vlees en bloed lijken, met een lichaam, geest en een ziel. Hij noemt ook het verschil met de dieren, ons bewustzijn , hij schrijft: Ik overdacht in mijn hart: ‘God zal de rechtvaardige en goddeloze geoordeeld hebben, want dan is het het tijdstip van ieders hartsverlangen en ieders werk.’ Ook dacht ik in mijn hart na over wat passend is voor de zonen van Adam: ‘Dat God hen test en zij inzien dat zij net als de stomme dieren zijn. Want wat de zonen van Adam overkomt, dat overkomt de stomme dieren ook, hetzelfde lot overkomt hen. Zoals de één sterft, sterft ook de ander, zij hebben zelfs dezelfde geest. Is er dan geen superioriteit van Adam over de stomme dieren? Want alles gaat voorbij. Zij gaan allemaal naar dezelfde plaats, zij waren allemaal van stof (gemaakt) en keerden allemaal naar het stof terug. Wie weet ervan dat de geest van de zonen van Adam naar het hoogste deel opstijgt en de geest van de stomme dieren naar beneden in de aarde afdaalt? Daarom heb ik ingezien dat er niets beter is dan dat de mens zich verheugd zal hebben in wat hij zelf gewerkt heeft, want dat is zijn erfdeel. Want wie zal hem daar gebracht hebben waar hij ziet wat er na hem gebeurd zal zijn?’ (Prediker 3:17-22 uit het Hebreeuws vertaald) Ons deel is dus om ons vandaag te verheugen in wat wij doen, dat brengt ons ook ons verdiende loon. Dat is ook wat Jezus ons leert, ieder mens zal geoordeeld worden naar zijn werken en ontvangt daarvoor als beloning zijn plaats in de hemel bij God, of niet. ‘Ik vertel u deze dingen omdat over de uitspraken van een mens verantwoording moet worden afgelegd op de dag van het oordeel. Op grond van wat uw mond gesproken heeft zal geoordeeld worden, en over hoe men zich ontwikkeld en geleefd heeft.’ (Mattheüs 12;36,36 Hebreeuws) Dat geldt als eerste voor de mensen die Jezus aangenomen hebben. Maar uiteindelijk ook voor alle mensen die een geest, ziel én het intellect van hun Schepper ontvangen hebben. Iedereen is in staat gesteld om zijn of haar Schepper bewust te zoeken en te vinden. Jezus zegt Ik ben de weg, de waarheid en het leven,’ en Hij nodigt ons uit om om Gods koninkrijk te zoeken en opnieuw geboren te worden, hoe doen we dat nu? Een ABC tje… A ls eerste is het belangrijk te weten wat Gods koninkrijk is. Waar doen we het voor? In bijvoorbeeld de boeken Ezechiël en Openbaringen staat dat er een eeuwig koninkrijk zal zijn waar de Messias Koning over ons regeert. God zal er zelf wonen en samen met het Lam een Heiligdom voor ons om te aanbidden zijn, als wij de leugenachtige slang overwinnen. Openbaringen 21 3. En ik heb een luide stem vanuit de hemel gehoord die zegt: ‘Kijk, de tent van God is bij de mensen, en Hij zal bij hen kamperen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God zelf zal bij hen zijn, hún God. 4. En God zal alle tranen uit hun ogen afwassen, en dood zal er niet meer zijn. Ook rouwen, of het uitschreeuwen, of zwoegen zal er niet meer zijn. Want de eerste dingen zijn geweest.’ 5. En Wie op de troon zit heeft gezegd: ‘Zie, ik maak alle dingen nieuw.’ En Hij vervolgt tegen mij: ‘Schrijf op, want deze woorden zijn waarachtig en betrouwbaar.’ 6. Verder zegt Hij tegen mij: Het is begonnen, ik ben de Α en de Ω, het Begin en het Eindpunt. Ik zal de dorstige gratis uit de bron van het water des levens geven. 7. Wie overwint zal alles beërven, en ik zal God voor hem zijn, en hij zal een zoon voor mij zijn. 8. Maar de angstigen en ongelovigen en verachtelijken en moordenaars en wie zich als hoer verkopen en de gifmengers en afgodendienaars en iedereen die een leugenaar is, hun deel is in het meer dat van vuur en zwavel brandt, wat de tweede dood is.’ B ij Zijn komst 2000 jaar geleden heeft Jezus geleerd dat wij opnieuw verwekt en geboren moeten worden om Gods koninkrijk binnen te gaan. Dat verwekken begint met Gods zaadje dat in ons innerlijke hart uitgroeit tot een volgroeide vrucht. Jezus leert in gelijkenissen: ‘Het koninkrijk van de hemelen lijkt op een zaadje dat een zaaier als goed nieuws uitzaait.’ (Mattheüs 13:24) ‘De zaaier van goed zaad is de mens. De akker is de eeuwige wereld, het beeld gaat over de goede vruchten van de rechtvaardigen en het onkruid betekent de slechten.’ (Mattheüs 13:37-38) Dat zaadje is ‘het Woord van God’ (Lukas 8:11b) in het Oude Testament zich al vaak presenterend als: ‘Het Woord van God kwam naar ….. toe, sprekend: ’. Dat begint al bij Abraham: Na deze dingen kwam het Woord van YaHWeH naar Abram toe in een visioen, sprekend: ‘Vrees niet Abram, ik ben als een schild voor u, uw beloning zal uitermate groot zijn.’ (Genesis 15:1) Johannes getuigt over Hem: In het begin is het Woord er geweest en het Woord is bij God geweest en het Woord is God geweest. Hij is in het begin bij God geweest. Alle dingen zijn door Hem tot stand gebracht, en zonder Hem is niet één ding tot stand gebracht dat tot stand gebracht is. (Johannes 1:1-3) En het Woord heeft een lichaam gemaakt en onder ons gekampeerd (en wij hebben Zijn heerlijkheid van dichtbij gezien, de heerlijkheid van de Enige Die door de Vader gemaakt is), vol van genade en waarheid. (Johannes 1:14) Paulus schrijft in de Hebreeënbrief dat God Hem Zijn Eerst verwekte noemt: En zodra Hij Zijn Eerst verwekte opnieuw in de bewoonde wereld heeft gebracht zegt Hij: ‘Laten alle engelen van God Hem onderdanig eer betonen.’ (Hebreeën 1:6) Het geloof in deze woorden: 1 . Dat Jezus, het Woord van God is, 2 . de eerstverwekte Zoon van God is, 3 . Die een menselijk lichaam heeft aangetrokken, 4 . dat Hij als een ‘vlekkeloos Lam’ heeft geofferd om ons met God te verzoenen, dát is als verwekkend zaad van God dat in ons tot een eeuwige vrucht uitgroeit en dat volwassen ‘kinderen van God’ kan voortbrengen. Want iedereen die Hem toegelaten heeft, hen heeft Hij de vrije keus gegeven om kinderen van God te worden, wie in Zijn Naam geloven. Wie niet uit een bloedband, of uit lichamelijk verlangen, of vanuit mannelijk verlangen, maar uit God zijn verwekt. (Johannes 1:12,13) Wie door God uit geloof verwekt is, bevestigt via de waterdoop en Geestdoop, is geestelijk opnieuw verwekt, familie van God zelf geworden en één van Zijn kinderen. In de verborgen baarmoeder van de kerk groeit dit prille leven op tot een volgroeid kind van God dat in de laatste tijd openbaar zal komen. ‘Want de moeiten van deze tijd staan niet in verhouding tot de komende heerlijkheid die op het punt staat in ons geopenbaard te worden. Want naar de kern van het uitgangspunt van het oordeel van de schepping, de verschijning van de zonen van God, wordt van oorsprong uitgezien.’ (Romeinen 8:18,19) Jezus leert over dit verwekken en geboren worden (Grieks = γενναω gen’nao) aan de schriftgeleerde Nikodemus dat de Geest en de water(doop) noodzakelijk zijn om het woord/ de taal in ons hart te verwekken en uit te doen groeien tot een levende vrucht: En er was iemand vanuit de Farizeeën die Nikodemus heette, een leider van de Judeeërs. Hij is ’s nachts bij Jezus gekomen en heeft tegen Hem gezegd: ‘Rabbi, wij wisten dat U van God kwam als Leraar. Want niemand is in staat om de dingen te doen die U doet, tenzij God met hem is.’ Jezus heeft hem dit geantwoord: ‘Dat is zeker zo zeg ik u, tenzij iemand van bovenaf verwekt wordt, kan hij het koninkrijk van God niet ontdekt hebben.’ Nikodemus zegt tegen Hem: ‘Hoe kan een mens die oud is geboren worden? Hij kan niet nogmaals de baarmoeder van zijn moeder binnengegaan zijn en geboren zijn.’ Jezus heeft geantwoord: Dat is waar zeg ik u, tenzij iemand verwekt en geboren zou worden uit water en Geest, kan hij het koninkrijk van God niet binnen gegaan zijn. Wat vanuit het lichaam wordt verwekt is een (vleselijk) lichaam, en wat uit de Geest wordt verwekt is geest. Verwonder u niet over dat ik gezegd heb: ‘U moet van bovenaf verwekt worden.’ De Geest ademt overal waar zij wil, en u hoort de taal ervan, maar u weet niet waarvandaan zij komt en waar zij naartoe leidt. Zo is iedereen die vanuit de Geest verwekt is.’ ( Johannes 1:3-8; vanuit het Grieks) Iedereen die in Jezus gelooft wordt nu nog altijd door ‘de taal van de Geest Die van Jezus getuigt’ (Johannes 16:13-16) verwekt en een kind van God. Zo wordt je van een vooral op de aarde gerichte mens, die voor zichzelf leeft en door de zonde sterft, een mens die eeuwig voor God in de hemel leeft en die niet meer sterft. Ook Petrus leert ons dat we, ontsnapt aan het verval van deze wereld, via Jezus deelkrijgen aan alle beloften van God en aan Zijn prachtige natuur. ‘Via Jezus zijn de grootste en kostbaarste beloften aan ons gegeven zodat wij, via dit alles, deel kunnen nemen aan de goddelijke natuur, ontsnapt aan het verval, in deze kosmos met begeerten. ‘ (II Petrus 1:4; vanuit het Grieks) C hristen zijn is niet tweeslachtig maar heilig worden. God is heilig en Hij kan alleen worden benaderd als wij ook heilig zijn. Jezus leert dat dit proces van heiliging gebeurt door ons te verdiepen in Zijn woorden, gedoopt te worden met water én gedoopt te worden met de Heilige Geest. Met deze hulp leiden wij dan een nieuw leven met steeds meer nieuwe inzichten, door Gods N@shamah die in ons werkt en ons Zijn diepste gedachten leert kennen, waardoor zal blijken dat God in en door ons aan het werk is. Via de Heilige Geest komen de Vader en de Zoon in ons wonen en spreken zij direct tot ons hart. Als wij gehoorzaam zijn aan wat Hij ons leert, worden wij innerlijk naar het beeld van God gevormd, omdat wij Jezus, Zijn voorbeeld, volgen. Zo wordt de mens vandaag nog altijd naar Gods beeld gemaakt, d oet u ook mee?
De Messias De Schepping Gods doel

Gezegend wie heerst over de vrede.

© Jim Sabelis

David zegt in het Hebreeuws: ‘Als ik Uw hemelen bekijk, het werk van Uw vingers, de maan en de sterren die U tot stand bracht, wat is dan de mens dat U hem in gedachten gehouden heeft, de mensenzoon, dat U voor hem gezorgd heeft? U heeft hem korte tijd beneden de engelen gemaakt, met glorie en majesteit heeft U hem gekroond. U heeft hem doen heersen over het werk van Uw handen, alles stelde U onder zijn voeten. Psalm 8:4,5 Hebreeën 2:6-8

De mens

En God heeft gezegd dat wij de mens zouden

maken; ‘als ons evenbeeld, gelijkend

op ons,’

Na miljarden jaren scheppen zijn Adam en Eva, als eerste mensen, de kroon op Gods schepping geworden, want in hen heeft YaHWeH, naast de ziel die alle levende wezens ontvangen hebben, ook Zijn eigen intelligente levensadem, de N@shamah נשמהׁ geblazen. is de mens Adam als enige schepsel naar Gods eigen beeld gemaakt, en uit hem zijn vrouw Eva. En YaHWeH God heeft de mens uit grondstof van aarde geboetseerd en, om te leven, de intelligente levensadem (n@shamah) in zijn neusgaten geblazen, en zó is de mens een levend wezen geworden. (Genesis 2:7) Salomo leert over deze N@shamah / levensadem/ intelligente geest: ‘De levensadem van de mens is als een lamp van YaHWeH die de diepste binnenkamers van zijn innerlijk doorzoekt. ‘ (Spreuken 20:27) Door deze bijzondere geest die de mens qua bewustzijn en intelligentie onderscheidt van de dieren zijn wij in staat om God te zoeken, met Hem te communiceren en eeuwig op Hem te gaan lijken. Maar, zult u denken, hoe zit dat dan met al die miljoenen ‘mensen’ die er voor Adam al waren en die zich genetisch gezien vanuit Afrika over heel de wereld hebben verspreid? Deze schepselen zijn allemaal een opmaat geweest om te komen tot mens die God bedoeld heeft. De zondvloed van Noach heeft de toenmalige wereld, en dus ook hen, weggevaagd. Pas na de zondvloed heeft de mensheid zoals wij die vandaag kennen zich als nageslacht van Noach over de hele wereld verspreid, want ook genetisch gezien zijn wij aantoonbaar allemaal één familie. Salomo leert dat mensen op de dieren van vlees en bloed lijken, met een lichaam, geest en een ziel. Hij noemt ook het verschil met de dieren, ons bewustzijn , hij schrijft: Ik overdacht in mijn hart: ‘God zal de rechtvaardige en goddeloze geoordeeld hebben, want dan is het het tijdstip van ieders hartsverlangen en ieders werk.’ Ook dacht ik in mijn hart na over wat passend is voor de zonen van Adam: ‘Dat God hen test en zij inzien dat zij net als de stomme dieren zijn. Want wat de zonen van Adam overkomt, dat overkomt de stomme dieren ook, hetzelfde lot overkomt hen. Zoals de één sterft, sterft ook de ander, zij hebben zelfs dezelfde geest. Is er dan geen superioriteit van Adam over de stomme dieren? Want alles gaat voorbij. Zij gaan allemaal naar dezelfde plaats, zij waren allemaal van stof (gemaakt) en keerden allemaal naar het stof terug. Wie weet ervan dat de geest van de zonen van Adam naar het hoogste deel opstijgt en de geest van de stomme dieren naar beneden in de aarde afdaalt? Daarom heb ik ingezien dat er niets beter is dan dat de mens zich verheugd zal hebben in wat hij zelf gewerkt heeft, want dat is zijn erfdeel. Want wie zal hem daar gebracht hebben waar hij ziet wat er na hem gebeurd zal zijn?’ (Prediker 3:17-22 uit het Hebreeuws vertaald) Ons deel is dus om ons vandaag te verheugen in wat wij doen, dat brengt ons ook ons verdiende loon. Dat is ook wat Jezus ons leert, ieder mens zal geoordeeld worden naar zijn werken en ontvangt daarvoor als beloning zijn plaats in de hemel bij God, of niet. ‘Ik vertel u deze dingen omdat over de uitspraken van een mens verantwoording moet worden afgelegd op de dag van het oordeel. Op grond van wat uw mond gesproken heeft zal geoordeeld worden, en over hoe men zich ontwikkeld en geleefd heeft.’ (Mattheüs 12;36,36 Hebreeuws) Dat geldt als eerste voor de mensen die Jezus aangenomen hebben. Maar uiteindelijk ook voor alle mensen die een geest, ziel én het intellect van hun Schepper ontvangen hebben. Iedereen is in staat gesteld om zijn of haar Schepper bewust te zoeken en te vinden. Jezus zegt Ik ben de weg, de waarheid en het leven,’ en Hij nodigt ons uit om om Gods koninkrijk te zoeken en opnieuw geboren te worden, hoe doen we dat nu? Een ABC tje… A ls eerste is het belangrijk te weten wat Gods koninkrijk is. Waar doen we het voor? In bijvoorbeeld de boeken Ezechiël en Openbaringen staat dat er een eeuwig koninkrijk zal zijn waar de Messias Koning over ons regeert. God zal er zelf wonen en samen met het Lam een Heiligdom voor ons om te aanbidden zijn, als wij de leugenachtige slang overwinnen. Openbaringen 21 3. En ik heb een luide stem vanuit de hemel gehoord die zegt: ‘Kijk, de tent van God is bij de mensen, en Hij zal bij hen kamperen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God zelf zal bij hen zijn, hún God. 4. En God zal alle tranen uit hun ogen afwassen, en dood zal er niet meer zijn. Ook rouwen, of het uitschreeuwen, of zwoegen zal er niet meer zijn. Want de eerste dingen zijn geweest.’ 5. En Wie op de troon zit heeft gezegd: ‘Zie, ik maak alle dingen nieuw.’ En Hij vervolgt tegen mij: ‘Schrijf op, want deze woorden zijn waarachtig en betrouwbaar.’ 6. Verder zegt Hij tegen mij: Het is begonnen, ik ben de Α en de Ω, het Begin en het Eindpunt. Ik zal de dorstige gratis uit de bron van het water des levens geven. 7. Wie overwint zal alles beërven, en ik zal God voor hem zijn, en hij zal een zoon voor mij zijn. 8. Maar de angstigen en ongelovigen en verachtelijken en moordenaars en wie zich als hoer verkopen en de gifmengers en afgodendienaars en iedereen die een leugenaar is, hun deel is in het meer dat van vuur en zwavel brandt, wat de tweede dood is.’ B ij Zijn komst 2000 jaar geleden heeft Jezus geleerd dat wij opnieuw verwekt en geboren moeten worden om Gods koninkrijk binnen te gaan. Dat verwekken begint met Gods zaadje dat in ons innerlijke hart uitgroeit tot een volgroeide vrucht. Jezus leert in gelijkenissen: ‘Het koninkrijk van de hemelen lijkt op een zaadje dat een zaaier als goed nieuws uitzaait.’ (Mattheüs 13:24) ‘De zaaier van goed zaad is de mens. De akker is de eeuwige wereld, het beeld gaat over de goede vruchten van de rechtvaardigen en het onkruid betekent de slechten.’ (Mattheüs 13:37-38) Dat zaadje is ‘het Woord van God’ (Lukas 8:11b) in het Oude Testament zich al vaak presenterend als: ‘Het Woord van God kwam naar ….. toe, sprekend: … ’. Dat begint al bij Abraham: Na deze dingen kwam het Woord van YaHWeH naar Abram toe in een visioen, sprekend: ‘Vrees niet Abram, ik ben als een schild voor u, uw beloning zal uitermate groot zijn.’ (Genesis 15:1) Johannes getuigt over Hem: In het begin is het Woord er geweest en het Woord is bij God geweest en het Woord is God geweest. Hij is in het begin bij God geweest. Alle dingen zijn door Hem tot stand gebracht, en zonder Hem is niet één ding tot stand gebracht dat tot stand gebracht is. (Johannes 1:1-3) En het Woord heeft een lichaam gemaakt en onder ons gekampeerd (en wij hebben Zijn heerlijkheid van dichtbij gezien, de heerlijkheid van de Enige Die door de Vader gemaakt is), vol van genade en waarheid. (Johannes 1:14) Paulus schrijft in de Hebreeënbrief dat God Hem Zijn Eerst verwekte noemt: En zodra Hij Zijn Eerst verwekte opnieuw in de bewoonde wereld heeft gebracht zegt Hij: ‘Laten alle engelen van God Hem onderdanig eer betonen.’ (Hebreeën 1:6) Het geloof in deze woorden: 1 . Dat Jezus, het Woord van God is, 2 . de eerstverwekte Zoon van God is, 3 . Die een menselijk lichaam heeft aangetrokken, 4 . dat Hij als een ‘vlekkeloos Lam’ heeft geofferd om ons met God te verzoenen, dát is als verwekkend zaad van God dat in ons tot een eeuwige vrucht uitgroeit en dat volwassen ‘kinderen van God’ kan voortbrengen. Want iedereen die Hem toegelaten heeft, hen heeft Hij de vrije keus gegeven om kinderen van God te worden, wie in Zijn Naam geloven. Wie niet uit een bloedband, of uit lichamelijk verlangen, of vanuit mannelijk verlangen, maar uit God zijn verwekt. (Johannes 1:12,13) Wie door God uit geloof verwekt is, bevestigt via de waterdoop en Geestdoop, is geestelijk opnieuw verwekt, familie van God zelf geworden en één van Zijn kinderen. In de verborgen baarmoeder van de kerk groeit dit prille leven op tot een volgroeid kind van God dat in de laatste tijd openbaar zal komen. ‘Want de moeiten van deze tijd staan niet in verhouding tot de komende heerlijkheid die op het punt staat in ons geopenbaard te worden. Want naar de kern van het uitgangspunt van het oordeel van de schepping, de verschijning van de zonen van God, wordt van oorsprong uitgezien.’ (Romeinen 8:18,19) Jezus leert over dit verwekken en geboren worden (Grieks = γενναω gen’nao) aan de schriftgeleerde Nikodemus dat de Geest en de water(doop) noodzakelijk zijn om het woord/ de taal in ons hart te verwekken en uit te doen groeien tot een levende vrucht: En er was iemand vanuit de Farizeeën die Nikodemus heette, een leider van de Judeeërs. Hij is ’s nachts bij Jezus gekomen en heeft tegen Hem gezegd: ‘Rabbi, wij wisten dat U van God kwam als Leraar. Want niemand is in staat om de dingen te doen die U doet, tenzij God met hem is.’ Jezus heeft hem dit geantwoord: ‘Dat is zeker zo zeg ik u, tenzij iemand van bovenaf verwekt wordt, kan hij het koninkrijk van God niet ontdekt hebben.’ Nikodemus zegt tegen Hem: ‘Hoe kan een mens die oud is geboren worden? Hij kan niet nogmaals de baarmoeder van zijn moeder binnengegaan zijn en geboren zijn.’ Jezus heeft geantwoord: Dat is waar zeg ik u, tenzij iemand verwekt en geboren zou worden uit water en Geest, kan hij het koninkrijk van God niet binnen gegaan zijn. Wat vanuit het lichaam wordt verwekt is een (vleselijk) lichaam, en wat uit de Geest wordt verwekt is geest. Verwonder u niet over dat ik gezegd heb: ‘U moet van bovenaf verwekt worden.’ De Geest ademt overal waar zij wil, en u hoort de taal ervan, maar u weet niet waarvandaan zij komt en waar zij naartoe leidt. Zo is iedereen die vanuit de Geest verwekt is.’ ( Johannes 1:3-8; vanuit het Grieks) Iedereen die in Jezus gelooft wordt nu nog altijd door ‘de taal van de Geest Die van Jezus getuigt’ (Johannes 16:13-16) verwekt en een kind van God. Zo wordt je van een vooral op de aarde gerichte mens, die voor zichzelf leeft en door de zonde sterft, een mens die eeuwig voor God in de hemel leeft en die niet meer sterft. Ook Petrus leert ons dat we, ontsnapt aan het verval van deze wereld, via Jezus deelkrijgen aan alle beloften van God en aan Zijn prachtige natuur. ‘Via Jezus zijn de grootste en kostbaarste beloften aan ons gegeven zodat wij, via dit alles, deel kunnen nemen aan de goddelijke natuur, ontsnapt aan het verval, in deze kosmos met begeerten. ‘ (II Petrus 1:4; vanuit het Grieks) C hristen zijn is niet tweeslachtig maar heilig worden. God is heilig en Hij kan alleen worden benaderd als wij ook heilig zijn. Jezus leert dat dit proces van heiliging gebeurt door ons te verdiepen in Zijn woorden, gedoopt te worden met water én gedoopt te worden met de Heilige Geest. Met deze hulp leiden wij dan een nieuw leven met steeds meer nieuwe inzichten, door Gods N@shamah die in ons werkt en ons Zijn diepste gedachten leert kennen, waardoor zal blijken dat God in en door ons aan het werk is. Via de Heilige Geest komen de Vader en de Zoon in ons wonen en spreken zij direct tot ons hart. Als wij gehoorzaam zijn aan wat Hij ons leert, worden wij innerlijk naar het beeld van God gevormd, omdat wij Jezus, Zijn voorbeeld, volgen. Zo wordt de mens vandaag nog altijd naar Gods beeld gemaakt, d oet u ook mee?

Gezegend wie heerst over de vrede.

Gods doel De Schepping De Messias

© Jim Sabelis

David zegt in het Hebreeuws: ‘Als ik Uw hemelen bekijk, het werk van Uw vingers, de maan en de sterren die U tot stand bracht, wat is dan de mens dat U hem in gedachten gehouden heeft, de mensenzoon, dat U voor hem gezorgd heeft? U heeft hem korte tijd beneden de engelen gemaakt, met glorie en majesteit heeft U hem gekroond. U heeft hem doen heersen over het werk van Uw handen, alles stelde U onder zijn voeten. Psalm 8:4,5 Hebreeën 2:6-8