Mattheüs

‘Mattheüs

verzamelde

de

woorden

in

een

Hebreeuws

dialect

en

iedereen

heeft

deze

zo goed als hij kan vertaald. “Papias”

(Leerling van de apostel Johannes)

Het Evangelie van Mattheüs, of eigenlijk Mattatias, bevat het meest complete getuigenis over Jezus in de Bijbel. Ook de profetieën over deze tijd zijn het meest uitgebreid in zijn verslag opgenomen, zij geven hoop op het koninkrijk dat YaHWeH en Zijn Zoon ons beloofd hebben. Download hier gratis het Mattheüsevangelie of bestel voor 5,00 (excl. BTW) een exemplaar van de vertaling. Een uitgebreide vertaling van het Mattheüs evangelie met Strong codering is voor 7,00 (excl. BTW) te bestellen. Volgens Jerome (370-420 na Christus) heeft Mattheüs ook een Hebreeuws voorevangelie vanaf de geboorte van Mirjam tot aan de tienertijd van Jezus geschreven. Een Nederlandse vertaling hiervan is het ‘ Pre evangelie van Mattheüs . Omdat Jezus woorden voor onze tijd van groot belang zijn om te onderzoeken en begrijpen, én in het Hebreeuws veel meer informatie bevatten dan de ons bekende vertalingen, is de tekst van deze profetieën hieronder opgenomen.

Mattheüs 24

(P) Profetieën voor de gelovigen in de eindtijd. 1. Nu gebeurt het, als Jezus bij de tempel aankomt, dat Zijn leerlingen Hem attenderen op de tempelgebouwen. 2. Hij zegt tegen hen: ‘Kijk goed, ik verzeker u dat alles vernietigd zal worden en geen steen op de ander zal blijven.’ 3. Zittend op de Olijfberg, tegenover het huis van het heiligdom, vragen zij, Petrus, Jochanan en Andreas, Hem vertrouwelijk: ‘Wanneer zal dit alles plaatsvinden en wat zal het teken ervan zijn? Wanneer start het en wanneer zal de voltooiing van de eeuwige wereld en Uw komst zijn?’ 4. Jezus antwoordt hen: ‘ Waak, zodat u niet zult dwalen onder de mensen. 5. Verblinden zullen in mijn Naam komen en zeggen: ‘Ik ben de messias,’ om u te doen dwalen. 6. En u moet bijzonder opletten als oorlog wordt gevoerd met verenigde legers. Waak, zodat dit alles u niet misleidt, let op, dit betreft de afrondende aankomst, maar die bepaalde tijd zal het einde nog niet zijn. 7. Het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk, er zullen vele onlusten zijn, geweldige lasten en aardbevingen op diverse plaatsen. 8. Dit alles is het begin van het lijden. 9. Dan zal u een verbod opgelegd worden dat u in het nauw brengt, u zult gedood worden en u zult door alle volken veracht worden om mijn Naam. 10. Op dat moment zullen velen razend zijn, trouweloos met elkaar omgaan en woedend op elkaar zijn. 11. Leugenachtige profeten zullen opstaan en velen met tekenen misleiden. 12. Vanwege de toenemende goddeloosheid zal de liefde van velen verflauwen. 13. Maar wie tot de voltooiing blijft verwachten zal gered worden. 14. En onderzoek naar dit goede nieuws, met andere woorden het verlangen naar de vreugdevolle periode, zal over heel de aarde tot een getuigenis aan alle volken zijn, op dat moment zal de oogst voltooid worden. 15. De anti christus en deze gruwelijke afgod zal, in overeenstemming met wat Daniël gezegd heeft, op de heilige plaats staan, de verkondiger zal dit begrijpen. 16. In die tijd zal wie dankzegt ontkomen en verheven worden. 17. Zo’n huis zal niet instorten, er overkomt niets aan zijn huis. 18. Wie op het land is moet niet omkeren om zijn kleding mee te nemen. 19. Wee hen die zwanger zijn en wie de borst geven in die dagen van weeën. 20. Bid tot God dat uw vlucht niet in de winter of op de sabbat zal zijn. 21. Dan zal er een grote verdrukking zijn, die met geen klaagzang te bezingen zal zijn, vanaf de schepping van de eeuwige wereld tot nu toe, er zal geen smachtend verlangen zijn. 22. Ware het niet dat wat te gebeuren staat in die dagen van weeën ingeperkt zou zijn, dan zou geen enkel lichaam gered worden, behalve de vrucht van de uitgekozenen en die is beperkt in die dagen van weeën. 23. En als iemand in die tijd tegen u zegt: ‘Hier is de messias,’ of: ‘Daar,’ geloof hem dan niet. 24. Deze messiaanse opkomst is bedrieglijk, met profetische leugens en grote tekenen en wonderen, waarmee, alsof dat mogelijk zou zijn, zij komen om de uitgekozenen te misleiden. 25. En als zij u zeggen: ‘Daar in de woestijn!’ Ga er niet binnen, of: ‘Daar in de binnenkamer!’ Geloof hen niet. 26. Ik heb het u gezegd, voordat het zover is.’ (P) Het teken van de terugkomst van Jezus. 27. Jezus zegt ook tegen Zijn leerlingen: Als een bliksem komende uit het oosten die gezien wordt tot het westen, zo zal de komst van de Mensenzoon zijn. 28. Daar waar de plaats van het lichaam is, zal het monument van de vriendschap van de arenden zijn. 29. Op datzelfde moment, aanschouw plotseling andere weeën die dagen, de zon zal verduisteren en de maan geen licht werpen en de sterren zullen uit de hemel vallen, de krachten van de hemel versmelten. 30. Op dat moment zal het teken van de Mensenzoon aan de hemel komen, alle volken op aarde zullen huilen en de Mensenzoon zien. De dichtheid van de lucht geeft hevige doodsangst en de huid zal vreselijk branden. 31. En Hij zal Zijn engelen sturen, met de bazuin en een intens geluid, die Zijn uitgekozenen vanuit de vier windhoeken van de hemel zullen verzamelen. Van het ene uiterste tot het andere uiterste van de hemel.’ (G) De gelijkenis van de bloeitijd. 32. ‘Van het hout van de vijgenboom leert u deze gelijkenis, wanneer u de takken en bladeren ziet groeien, dan zult u weten dat 33. Hij voor de deur staat. 34. Ik verzeker u, dat het niet voor deze generatie is, tot op het moment dat er inzicht is, dan zullen deze dingen gebeuren. 35. Hemel en aarde gaan naar een verder gelegen gebied, 36. en niemand weet iets van die dag en die tijd, ook de engelen in de hemel niet, maar de Vader alleen.’ (P) De tijd is vergelijkbaar met die van Noach. 37. Daarna zegt Jezus tegen Zijn leerlingen: ‘(Zoals) tijdens de dagen van Noach, zo zal het zijn in de dagen van de Mensenzoon. 38. Precies zoals voor de zondvloed, als zij eten, drinken en zich vermenigvuldigen, tot de dag van Noach en de ark aanbreekt, 39. als zij nog niets beseffen, tot de zondvloed komt en hun vernietigende valkuil wordt, zo zal de komst van de Mensenzoon ook zijn. 40. Dus als er twee het land zullen ploegen, een ervan rechtvaardig en de ander boosaardig, dan zal de een gevangen genomen worden en de ander vrijgelaten. 41. Van twee vrouwen die zorgeloos samen aan het malen zijn wordt de een gevangen genomen en de ander door een wolk overschaduwd. Dat is omdat de engelen aan het einde van de aloude wereld alle struikelblokken van de wereld zullen wegnemen en de goeden van de slechten zullen scheiden.’ (G) Waak als een trouwe dienaar bij afwezigheid van zijn meester. 42. Ook zegt Jezus tegen Zijn leerlingen: Waak dus met mij, want u weet niet op welke moment uw Meesters komen. 43. Dus moet u weten dat als iemand zou weten hoe laat de dief zou komen, dan zou hij waken, niet vertrekken en zich thuis verenigd hebben. 44. U moet dus voorbereid zijn, omdat u het tijdstip niet weet wanneer de Mensenzoon toebereid aankomt. 45. Wat vindt u van de betrouwbare dienaar en de wijze die uit naam van zijn Meester, de kleine kinderen op de juiste tijd te eten geeft? 46. Zo’n dienaar is gezegend, nederig als zijn Meester, als hij zo bezig is. 47. Gesteund, zeg ik u, in zijn handpalm zijn de kleine in de steek gelaten kinderen. 48. Maar als die dienaar slecht is en in zijn hart zegt: ‘De komst van mijn Heer is wegens onrust vertraagd,’ 49. hij het werk van zijn Heer begint te vernielen en eet en drinkt met nietsnutten, 50. dan komt de Meester waarop hij niet gewacht heeft op een moment dat hij niet kent, 51. en de verstrooiden en wie bezittingen hebben zullen hun deel ontvangen, samen met de huichelaars, waar het huilen en tandenknarsen zal zijn.’

Mattheüs 25.

(G) De vijf domme en vijf wijze maagden. 1. Het volgende wat Jezus tegen Zijn leerlingen zegt is: Het koninkrijk der hemelen is vergelijkbaar met tien maagden die de ‘lamp van Yah’ meenemen en op weg gaan om de Bruidegom en bruid te ontmoeten. 2. Vijf van hen tonen luiheid en domheid, en vijf van hen zijn scherpzinnig en wijs. 3. De vijf domme onderscheiden zich door hun ‘lamp van Yah’ zonder olie mee te nemen. 4. De vijf wijzen nemen olie in hun binnenste mee, samen met hun ‘lamp van Yah.’ 5. De Bruidegom wordt opgehouden en het gebeurt dat zij door dit oponthoud inslapen. 6. Nu gebeurt het dat tegen middernacht een stem roept: ‘Luister! Hier komt de Bruidegom, kom naar Hem toe!’ 7. Dan maken de maagden zich klaar en inspecteren hun ‘lamp van Yah.’ 8. De domme maagden zeggen tegen de wijze: Geef ons wat olie, onze lampen staan droog.’ 9. De wijzen antwoorden hen dit: ‘Ga alstublieft naar de verkopers en koop voor uzelf, wij hebben niet genoeg olie, wij hebben de lamp zelf nodig.’ 10. Als zij weggegaan zijn om te kopen komt de Bruidegom, zij die toebereid zijn gaan de bruiloftsceremonie binnen en de poort wordt gesloten. 11. Hierna komen de dommen terug en zij roepen dit bij de poort: ‘Doe ons open Heer van ons!’ 12. Dan antwoordt Hij hen: ‘Ik verzeker u, ik weet niet wie u bent.’ 13. Wees daarom waakzaam, want u weet de dag noch het uur dat de Bruidegom komt.’ (G) Uw talenten uitbreiden met geestelijke talenten of niet? 14. Verder zegt Jezus ook tegen Zijn leerlingen: Een andere vergelijking met het koninkrijk in de hemelen gaat over een Mens die een verre reis is gaan maken. Hij roept Zijn knechten en verdeelt Zijn rijkdom onder hen. 15. De eerste van hen geeft Hij vijf gouden munten, de tweede geeft Hij twee gouden munten en de derde man één, Hij geeft hen het bedrag dat zij wensen. Dan gaat Hij op reis. 16. En de ontvanger van vijf gouden munten gaat op weg en verdient er vijf bij. 17. Net als de volgende die er twee ontvangen heeft op weg gaat, ermee koopt en verkoopt en er nog vijf bij verdient. 18. Ook degene die er één ontvangen heeft gaat op weg, graaft [een gat] in de grond en begraaft de rijkdom van zijn Meester[s]. 19. En na vele dagen komt de Heer van de slaven met weeën binnen en vraagt hen rekenschap van het geld. 20. Dan komt degene die vijf goudstukken ontvangen heeft dichterbij en zegt: ‘Meester U heeft mij vijf goudstukken gegeven en kijk, hier zijn Uw vijf andere die geestelijk zijn.’ 21. Zijn Heer antwoordt hem: ‘U bent werkelijk een goed vakman geweest. Omdat u als vakman weinig tot veel heeft gemaakt, kom blij bij uw Heer.’ 22. Daarna komt degene die twee goudstukken ontvangen heeft en zegt: ‘Mijnheer, U gaf mij twee goudstukken en hier zijn twee andere die geestelijk zijn.’ 23. En zijn Heer zegt tegen hem: ‘U bent werkelijk een goed vakman geweest. Omdat u als vakman weinig tot veel hebt gemaakt, kom blij bij uw Heer.’ 24. Tenslotte komt degene die er één ontvangen heeft dichterbij en zegt: ‘Ik weet Heer dat U hebzuchtig en streng bent, U oogst waar U niet gezaaid heeft en U verzamelt wat U niet uitgestrooid heeft. 25. Dus uit angst heb ik Uw goudstuk begraven, hier heeft U het Uwe.’ 26. Zijn Meester antwoordt dit: ‘U heeft slecht gewerkt en bent lui geweest, ondanks dat u van mening bent dat ik beangstigend ben, dat ik oogst waar ik niet gezaaid heb en verzamel wat ik niet verstrooid heb, 27. had u nog altijd uw rijkdom aan mijn koningstafel in moeten leveren en mij bij mijn aankomst deze met geestkracht moeten teruggeven.’ 28. Neem hem daarom het goudstuk af en geef het genadig aan degene die vijf goudstukken winst gemaakt heeft. 29. Wie heeft zal gegeven worden en wie niet heeft, verdient het dat zijn geld wordt afgenomen. 30. Werp de luie slaaf in de diepste duisternis waar hij opnieuw zal huilen en tandenknarsen.’’ (P) Het oordeel door de Mensenzoon, de schapen worden van de bokken gescheiden. 31. Hierna zegt Jezus tegen Zijn leerlingen: ‘En wanneer de Mensenzoon komt en met Zijn engelen verschijnt, dan zal Hij plaatsnemen op Zijn glorieuze troon. 32. Dan zullen alle volken voor Hem verzameld worden en Hij zal ze scheiden, zoals een Herder de schapen van de bokken scheidt. 33. Dan plaatst Hij de schapen aan Zijn rechterhand en de bokken aan Zijn linkerhand. 34. Dan spreekt Hij tegen de gelukkigen aan Zijn rechterhand: ‘Kom gezegenden van mijn Vader en beërf de hemelse koninkrijken, die voor u zijn klaargemaakt vanaf de schepping van de eeuwige wereld tot nu toe. 35. Want ik heb honger gehad en u heeft mij te eten gegeven, ik heb dorst gehad en u heeft mij te drinken gegeven, ik ben te gast geweest en u heeft mij opgenomen. 36. Ik ben naakt geweest en u heeft mij kleding gegeven, ziek en u heeft mij bezocht, in de gevangenis en u bent naar mij toegekomen. 37. Dan zullen de rechtvaardigen antwoorden: ‘O Heer van ons, wanneer hebben wij U hongerig gezien en hebben wij U gevoed, dorstig en hebben U te drinken gegeven? 38. Naakt en U aangekleed? 39. Ziek en hebben wij U bezocht, in de gevangenis en zijn naar U toegekomen?’ 40. En de Koning zal hen het volgende antwoorden: ‘Ik verzeker u dat iedere keer dat u dit voor een arme gedaan heeft of iets dergelijks aan één van deze onbeduidenden, toen heeft u dat voor mij gedaan.’ 41. Daarna richt Hij Zich tot degenen aan Zijn linkerhand: ‘Ga weg van mij ontspoorden, naar het eeuwige vuur, de plaats die klaargemaakt is voor u en de duivel met zijn engelen. 42. Want ik heb honger geleden en u heeft mij geen eten gegeven, ben dorstig geweest en u heeft mij geen drinken gegeven. 43. Ik ben te gast geweest en u heeft mij niet opgenomen, naakt en u heeft mij niet aangekleed, ziek en in de gevangenis en u heeft mij niet bezocht.’ 44. Dan zullen ook zij antwoorden en tegen Hem zeggen: ‘Wanneer hebben wij U hongerig en dorstig gezien Heer, te gast en naakt, ziek of in de gevangenis en hebben wij U niet gediend?’ 45. Dan zal Hij hen het volgende antwoorden: ‘Ik zeg u dat op alle momenten dat u dit niet gedaan heeft voor een van deze armen en onbeduidenden, toen heeft u dit niet voor mij gedaan.’ 46. Zij zullen naar de afgrijselijke eeuwige wereld gaan en de rechtvaardigen naar de levendige eeuwige wereld.’’ Einde

Gezegend wie rechtvaardigheid najagen.

© Jim Sabelis

Mattatias zegt in het Hebreeuws: Daarna roept Jezus Zijn leerlingen bij zich en geeft hen macht over elke onreine geest om hen uit de mensen te drijven en om elke wond en elke ziekte te genezen. Dit zijn de namen van de twaalf zendelingen, anders gezegd ‘de boodschappers van wat bedekt was.’ Simon bijgenaamd ‘Rots’ en zijn broer Andreas. Filippus en Bartolomeüs. Jakob, bijgenaamd Jimi en zijn broer Jochanan. Zebedeüs, Thomas en Mattatias, anders gezegd ‘de Bezem’ die bekend staat als een geldschieter voor rente, Jakob ‘de anti-kampioen’ en ‘de bedachtzame.’ Simon ‘de handelaar,’ anders gezegd Simon Cannanvaro Naios en Juda Askariota die Hem later verraden heeft. Mattheüs 10:1-4

Mattheüs

‘Mattheüs

verzamelde

de

woorden

in

een

Hebreeuws

dialect

en

iedereen

heeft

deze

zo

goed

als

hij

kan

vertaald.

“Papias”

(Leerling

van

de

apostel

Johannes)

Het Evangelie van Mattheüs, of eigenlijk Mattatias, bevat het meest complete getuigenis over Jezus in de Bijbel. Ook de profetieën over deze tijd zijn het meest uitgebreid in zijn verslag opgenomen, zij geven hoop op het koninkrijk dat YaHWeH en Zijn Zoon ons beloofd hebben. Download hier gratis het Mattheüsevangelie of bestel voor 5,00 (excl. BTW) een exemplaar van de vertaling. Een uitgebreide vertaling van het Mattheüs evangelie met Strong codering is voor 7,00 (excl. BTW) te bestellen. Volgens Jerome (370-420 na Christus) heeft Mattheüs ook een Hebreeuws voorevangelie vanaf de geboorte van Mirjam tot aan de tienertijd van Jezus geschreven. Een Nederlandse vertaling hiervan is het ‘ Pre evangelie van Mattheüs . Omdat Jezus woorden voor onze tijd van groot belang zijn om te onderzoeken en begrijpen, én in het Hebreeuws veel meer informatie bevatten dan de ons bekende vertalingen, is de tekst van deze profetieën hieronder opgenomen.

Mattheüs 24

(P) Profetieën voor de gelovigen in de eindtijd. 1. Nu gebeurt het, als Jezus bij de tempel aankomt, dat Zijn leerlingen Hem attenderen op de tempelgebouwen. 2. Hij zegt tegen hen: ‘Kijk goed, ik verzeker u dat alles vernietigd zal worden en geen steen op de ander zal blijven.’ 3. Zittend op de Olijfberg, tegenover het huis van het heiligdom, vragen zij, Petrus, Jochanan en Andreas, Hem vertrouwelijk: ‘Wanneer zal dit alles plaatsvinden en wat zal het teken ervan zijn? Wanneer start het en wanneer zal de voltooiing van de eeuwige wereld en Uw komst zijn?’ 4. Jezus antwoordt hen: Waak, zodat u niet zult dwalen onder de mensen. 5. Verblinden zullen in mijn Naam komen en zeggen: ‘Ik ben de messias,’ om u te doen dwalen. 6. En u moet bijzonder opletten als oorlog wordt gevoerd met verenigde legers. Waak, zodat dit alles u niet misleidt, let op, dit betreft de afrondende aankomst, maar die bepaalde tijd zal het einde nog niet zijn. 7. Het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk, er zullen vele onlusten zijn, geweldige lasten en aardbevingen op diverse plaatsen. 8. Dit alles is het begin van het lijden. 9. Dan zal u een verbod opgelegd worden dat u in het nauw brengt, u zult gedood worden en u zult door alle volken veracht worden om mijn Naam. 10. Op dat moment zullen velen razend zijn, trouweloos met elkaar omgaan en woedend op elkaar zijn. 11. Leugenachtige profeten zullen opstaan en velen met tekenen misleiden. 12. Vanwege de toenemende goddeloosheid zal de liefde van velen verflauwen. 13. Maar wie tot de voltooiing blijft verwachten zal gered worden. 14. En onderzoek naar dit goede nieuws, met andere woorden het verlangen naar de vreugdevolle periode, zal over heel de aarde tot een getuigenis aan alle volken zijn, op dat moment zal de oogst voltooid worden. 15. De anti christus en deze gruwelijke afgod zal, in overeenstemming met wat Daniël gezegd heeft, op de heilige plaats staan, de verkondiger zal dit begrijpen. 16. In die tijd zal wie dankzegt ontkomen en verheven worden. 17. Zo’n huis zal niet instorten, er overkomt niets aan zijn huis. 18. Wie op het land is moet niet omkeren om zijn kleding mee te nemen. 19. Wee hen die zwanger zijn en wie de borst geven in die dagen van weeën. 20. Bid tot God dat uw vlucht niet in de winter of op de sabbat zal zijn. 21. Dan zal er een grote verdrukking zijn, die met geen klaagzang te bezingen zal zijn, vanaf de schepping van de eeuwige wereld tot nu toe, er zal geen smachtend verlangen zijn. 22. Ware het niet dat wat te gebeuren staat in die dagen van weeën ingeperkt zou zijn, dan zou geen enkel lichaam gered worden, behalve de vrucht van de uitgekozenen en die is beperkt in die dagen van weeën. 23. En als iemand in die tijd tegen u zegt: ‘Hier is de messias,’ of: ‘Daar,’ geloof hem dan niet. 24. Deze messiaanse opkomst is bedrieglijk, met profetische leugens en grote tekenen en wonderen, waarmee, alsof dat mogelijk zou zijn, zij komen om de uitgekozenen te misleiden. 25. En als zij u zeggen: ‘Daar in de woestijn!’ Ga er niet binnen, of: ‘Daar in de binnenkamer!’ Geloof hen niet. 26. Ik heb het u gezegd, voordat het zover is.’ (P) Het teken van de terugkomst van Jezus. 27. Jezus zegt ook tegen Zijn leerlingen: Als een bliksem komende uit het oosten die gezien wordt tot het westen, zo zal de komst van de Mensenzoon zijn. 28. Daar waar de plaats van het lichaam is, zal het monument van de vriendschap van de arenden zijn. 29. Op datzelfde moment, aanschouw plotseling andere weeën die dagen, de zon zal verduisteren en de maan geen licht werpen en de sterren zullen uit de hemel vallen, de krachten van de hemel versmelten. 30. Op dat moment zal het teken van de Mensenzoon aan de hemel komen, alle volken op aarde zullen huilen en de Mensenzoon zien. De dichtheid van de lucht geeft hevige doodsangst en de huid zal vreselijk branden. 31. En Hij zal Zijn engelen sturen, met de bazuin en een intens geluid, die Zijn uitgekozenen vanuit de vier windhoeken van de hemel zullen verzamelen. Van het ene uiterste tot het andere uiterste van de hemel.’ (G) De gelijkenis van de bloeitijd. 32. ‘Van het hout van de vijgenboom leert u deze gelijkenis, wanneer u de takken en bladeren ziet groeien, dan zult u weten dat 33. Hij voor de deur staat. 34. Ik verzeker u, dat het niet voor deze generatie is, tot op het moment dat er inzicht is, dan zullen deze dingen gebeuren. 35. Hemel en aarde gaan naar een verder gelegen gebied, 36. en niemand weet iets van die dag en die tijd, ook de engelen in de hemel niet, maar de Vader alleen.’ (P) De tijd is vergelijkbaar met die van Noach. 37. Daarna zegt Jezus tegen Zijn leerlingen: ‘(Zoals) tijdens de dagen van Noach, zo zal het zijn in de dagen van de Mensenzoon. 38. Precies zoals voor de zondvloed, als zij eten, drinken en zich vermenigvuldigen, tot de dag van Noach en de ark aanbreekt, 39. als zij nog niets beseffen, tot de zondvloed komt en hun vernietigende valkuil wordt, zo zal de komst van de Mensenzoon ook zijn. 40. Dus als er twee het land zullen ploegen, een ervan rechtvaardig en de ander boosaardig, dan zal de een gevangen genomen worden en de ander vrijgelaten. 41. Van twee vrouwen die zorgeloos samen aan het malen zijn wordt de een gevangen genomen en de ander door een wolk overschaduwd. Dat is omdat de engelen aan het einde van de aloude wereld alle struikelblokken van de wereld zullen wegnemen en de goeden van de slechten zullen scheiden.’ (G) Waak   als   een   trouwe   dienaar   bij   afwezigheid van zijn meester. 42. Ook zegt Jezus tegen Zijn leerlingen: Waak dus met mij, want u weet niet op welke moment uw Meesters komen. 43. Dus moet u weten dat als iemand zou weten hoe laat de dief zou komen, dan zou hij waken, niet vertrekken en zich thuis verenigd hebben. 44. U moet dus voorbereid zijn, omdat u het tijdstip niet weet wanneer de Mensenzoon toebereid aankomt. 45. Wat vindt u van de betrouwbare dienaar en de wijze die uit naam van zijn Meester, de kleine kinderen op de juiste tijd te eten geeft? 46. Zo’n dienaar is gezegend, nederig als zijn Meester, als hij zo bezig is. 47. Gesteund, zeg ik u, in zijn handpalm zijn de kleine in de steek gelaten kinderen. 48. Maar als die dienaar slecht is en in zijn hart zegt: ‘De komst van mijn Heer is wegens onrust vertraagd,’ 49. hij het werk van zijn Heer begint te vernielen en eet en drinkt met nietsnutten, 50. dan komt de Meester waarop hij niet gewacht heeft op een moment dat hij niet kent, 51. en de verstrooiden en wie bezittingen hebben zullen hun deel ontvangen, samen met de huichelaars, waar het huilen en tandenknarsen zal zijn.’

Mattheüs 25.

(G) De vijf domme en vijf wijze maagden. 1. Het volgende wat Jezus tegen Zijn leerlingen zegt is: Het koninkrijk der hemelen is vergelijkbaar met tien maagden die de ‘lamp van Yah’ meenemen en op weg gaan om de Bruidegom en bruid te ontmoeten. 2. Vijf van hen tonen luiheid en domheid, en vijf van hen zijn scherpzinnig en wijs. 3. De vijf domme onderscheiden zich door hun ‘lamp van Yah’ zonder olie mee te nemen. 4. De vijf wijzen nemen olie in hun binnenste mee, samen met hun ‘lamp van Yah.’ 5. De Bruidegom wordt opgehouden en het gebeurt dat zij door dit oponthoud inslapen. 6. Nu gebeurt het dat tegen middernacht een stem roept: ‘Luister! Hier komt de Bruidegom, kom naar Hem toe!’ 7. Dan maken de maagden zich klaar en inspecteren hun ‘lamp van Yah.’ 8. De domme maagden zeggen tegen de wijze: Geef ons wat olie, onze lampen staan droog.’ 9. De wijzen antwoorden hen dit: ‘Ga alstublieft naar de verkopers en koop voor uzelf, wij hebben niet genoeg olie, wij hebben de lamp zelf nodig.’ 10. Als zij weggegaan zijn om te kopen komt de Bruidegom, zij die toebereid zijn gaan de bruiloftsceremonie binnen en de poort wordt gesloten. 11. Hierna komen de dommen terug en zij roepen dit bij de poort: ‘Doe ons open Heer van ons!’ 12. Dan antwoordt Hij hen: ‘Ik verzeker u, ik weet niet wie u bent.’ 13. Wees daarom waakzaam, want u weet de dag noch het uur dat de Bruidegom komt.’ (G) Uw      talenten      uitbreiden      met      geestelijke talenten of niet? 14. Verder zegt Jezus ook tegen Zijn leerlingen: Een andere vergelijking met het koninkrijk in de hemelen gaat over een Mens die een verre reis is gaan maken. Hij roept Zijn knechten en verdeelt Zijn rijkdom onder hen. 15. De eerste van hen geeft Hij vijf gouden munten, de tweede geeft Hij twee gouden munten en de derde man één, Hij geeft hen het bedrag dat zij wensen. Dan gaat Hij op reis. 16. En de ontvanger van vijf gouden munten gaat op weg en verdient er vijf bij. 17. Net als de volgende die er twee ontvangen heeft op weg gaat, ermee koopt en verkoopt en er nog vijf bij verdient. 18. Ook degene die er één ontvangen heeft gaat op weg, graaft [een gat] in de grond en begraaft de rijkdom van zijn Meester[s]. 19. En na vele dagen komt de Heer van de slaven met weeën binnen en vraagt hen rekenschap van het geld. 20. Dan komt degene die vijf goudstukken ontvangen heeft dichterbij en zegt: ‘Meester U heeft mij vijf goudstukken gegeven en kijk, hier zijn Uw vijf andere die geestelijk zijn.’ 21. Zijn Heer antwoordt hem: ‘U bent werkelijk een goed vakman geweest. Omdat u als vakman weinig tot veel heeft gemaakt, kom blij bij uw Heer.’ 22. Daarna komt degene die twee goudstukken ontvangen heeft en zegt: ‘Mijnheer, U gaf mij twee goudstukken en hier zijn twee andere die geestelijk zijn.’ 23. En zijn Heer zegt tegen hem: ‘U bent werkelijk een goed vakman geweest. Omdat u als vakman weinig tot veel hebt gemaakt, kom blij bij uw Heer.’ 24. Tenslotte komt degene die er één ontvangen heeft dichterbij en zegt: ‘Ik weet Heer dat U hebzuchtig en streng bent, U oogst waar U niet gezaaid heeft en U verzamelt wat U niet uitgestrooid heeft. 25. Dus uit angst heb ik Uw goudstuk begraven, hier heeft U het Uwe.’ 26. Zijn Meester antwoordt dit: ‘U heeft slecht gewerkt en bent lui geweest, ondanks dat u van mening bent dat ik beangstigend ben, dat ik oogst waar ik niet gezaaid heb en verzamel wat ik niet verstrooid heb, 27. had u nog altijd uw rijkdom aan mijn koningstafel in moeten leveren en mij bij mijn aankomst deze met geestkracht moeten teruggeven.’ 28. Neem hem daarom het goudstuk af en geef het genadig aan degene die vijf goudstukken winst gemaakt heeft. 29. Wie heeft zal gegeven worden en wie niet heeft, verdient het dat zijn geld wordt afgenomen. 30. Werp de luie slaaf in de diepste duisternis waar hij opnieuw zal huilen en tandenknarsen.’’ (P) Het   oordeel   door   de   Mensenzoon,   de   schapen worden van de bokken gescheiden. 31. Hierna zegt Jezus tegen Zijn leerlingen: ‘En wanneer de Mensenzoon komt en met Zijn engelen verschijnt, dan zal Hij plaatsnemen op Zijn glorieuze troon. 32. Dan zullen alle volken voor Hem verzameld worden en Hij zal ze scheiden, zoals een Herder de schapen van de bokken scheidt. 33. Dan plaatst Hij de schapen aan Zijn rechterhand en de bokken aan Zijn linkerhand. 34. Dan spreekt Hij tegen de gelukkigen aan Zijn rechterhand: ‘Kom gezegenden van mijn Vader en beërf de hemelse koninkrijken, die voor u zijn klaargemaakt vanaf de schepping van de eeuwige wereld tot nu toe. 35. Want ik heb honger gehad en u heeft mij te eten gegeven, ik heb dorst gehad en u heeft mij te drinken gegeven, ik ben te gast geweest en u heeft mij opgenomen. 36. Ik ben naakt geweest en u heeft mij kleding gegeven, ziek en u heeft mij bezocht, in de gevangenis en u bent naar mij toegekomen. 37. Dan zullen de rechtvaardigen antwoorden: ‘O Heer van ons, wanneer hebben wij U hongerig gezien en hebben wij U gevoed, dorstig en hebben U te drinken gegeven? 38. Naakt en U aangekleed? 39. Ziek en hebben wij U bezocht, in de gevangenis en zijn naar U toegekomen?’ 40. En de Koning zal hen het volgende antwoorden: ‘Ik verzeker u dat iedere keer dat u dit voor een arme gedaan heeft of iets dergelijks aan één van deze onbeduidenden, toen heeft u dat voor mij gedaan.’ 41. Daarna richt Hij Zich tot degenen aan Zijn linkerhand: ‘Ga weg van mij ontspoorden, naar het eeuwige vuur, de plaats die klaargemaakt is voor u en de duivel met zijn engelen. 42. Want ik heb honger geleden en u heeft mij geen eten gegeven, ben dorstig geweest en u heeft mij geen drinken gegeven. 43. Ik ben te gast geweest en u heeft mij niet opgenomen, naakt en u heeft mij niet aangekleed, ziek en in de gevangenis en u heeft mij niet bezocht.’ 44. Dan zullen ook zij antwoorden en tegen Hem zeggen: ‘Wanneer hebben wij U hongerig en dorstig gezien Heer, te gast en naakt, ziek of in de gevangenis en hebben wij U niet gediend?’ 45. Dan zal Hij hen het volgende antwoorden: ‘Ik zeg u dat op alle momenten dat u dit niet gedaan heeft voor een van deze armen en onbeduidenden, toen heeft u dit niet voor mij gedaan.’ 46. Zij zullen naar de afgrijselijke eeuwige wereld gaan en de rechtvaardigen naar de levendige eeuwige wereld.’’ Einde

Gezegend wie rechtvaardigheid najagen.

© Jim Sabelis

Mattatias zegt in het Hebreeuws: Daarna roept Jezus Zijn leerlingen bij zich en geeft hen macht over elke onreine geest om hen uit de mensen te drijven en om elke wond en elke ziekte te genezen. Dit zijn de namen van de twaalf zendelingen, anders gezegd ‘de boodschappers van wat bedekt was.’ Simon bijgenaamd ‘Rots’ en zijn broer Andreas. Filippus en Bartolomeüs. Jakob, bijgenaamd Jimi en zijn broer Jochanan. Zebedeüs, Thomas en Mattatias, anders gezegd ‘de Bezem’ die bekend staat als een geldschieter voor rente, Jakob ‘de anti- kampioen’ en ‘de bedachtzame.’ Simon ‘de handelaar,’ anders gezegd Simon Cannanvaro Naios en Juda Askariota die Hem later verraden heeft. Mattheüs 10:1-4